Het is dinsdagochtend, Jan de Hoop heeft net verteld dat het een grijze frisse dag wordt. Ik trek mijn spijkerjas aan en twijfel of ik mijn handschoenen aan zal doen. Ik beslis van niet, halverwege mei is het toch raar om handschoenen aan te doen. Ik haal mijn scooter uit de tuin en maak mijn helm goed vast. Ik kijk nog eens naar mijn net nieuwe schoenen; dat was toch een mooi koopje ergens in een klein winkeltje in Den Haag! Ik kijk op mijn horloge: 9:55u, toch maar een beetje doorrijden! Het begint ook nog eens zachtjes te regenen, ik hoor het tikken tegen mijn vizier.
Denkend aan wat mij vandaag allemaal te doen staat rij ik de straat uit. Plotseling komt er een auto met een flinke vaart van rechts. Wakkergeschud en in paniek knijp ik vol in mijn remmen. Het volgende moment voel ik dat ik de controle verlies over mijn evenwicht, ik voel mijn achterwiel wegdraaien en daarna wordt het zwart. Het volgende moment zie ik alleen nog maar straatstenen en ik hoor mensen gejaagd roepen:”Ze is gevallen!” “Wat is er gebeurd, gleed ze weg?” “Bel 112!”. Als ik mij voorzichtig omdraai roept iemand nog:”Nee! Blijf liggen, niet bewegen!” Voorzichtig krabbel ik op en dan zie ik mijn schoenen. Helemaal kapot, er zit een gat in en eentje is half uitgevlogen. Het eerste wat ik denk is: “Met kapotte schoenen kan ik niet naar mijn werk, nu kom ik ook nog eens te laat!” Ik probeer mijn helm af te zetten en op te staan. Het eerste gaat goed, het tweede iets minder.
Een man tilt mij op en vraagt steeds waar ik pijn heb. “Pijn” denk ik en dan begint de stekende pijn in mijn heup en aan mijn linkerarm te dagen. Ik hoor een vrouw tegen een ambulancemedewerker praten:” Nee, ze kan wel bewegen, ze heeft pijn aan haar hand, het bloed ze is op de straat gevallen, ja wel een helm nee ik geloof niet dat haar nek of hoofd zeer doen.” “Ik hoef geen ambulance, hoor, ik wil graag naar huis.” De man die mij zojuist optilde, blijkt in de straat te wonen en vraagt of hij mij naar huis zal brengen met de auto, omdat ik steeds duizelig word als ik op sta. Eenmaal thuis dringt de ernst van de situatie pas tot mij door, ik bloed overal en de pijn in mijn heup wordt nu toch wel heel heftig.
Inmiddels zit ik nu een week thuis. Eindelijk gaat het sinds vandaag weer wat beter met mij, geen misselijkheidsaanvallen meer en de pijn wordt steeds dragelijker en gaat langzaam over in jeuk, wat misschien nog wel vervelender is dan die pijn. Na het zien van de foto’s van mijn verwondingen, drong het pas echt tot mij door wat er is gebeurd en hoe ik er aan toe had kunnen zijn. Ik sta direct weer met twee benen op de grond; in het verkeer ben je kwetsbaar. Als er nooit iets met je gebeurt, vergeet je dat na een tijdje; je vergeet dat je kunt vallen, dat zo iets stoms als een auto van rechts in je eigen straat, de straat waardoor je iedere ochtend al 3 maanden rijdt, een ongeluk in een klein hoekje is.
Gelukkig komt het met mij wel weer goed en met mijn groene Sym Mio ook, die was toch al toe aan een onderhoudsbeurtje!







